vrijdag 20 juni 2014

Terugblik




24 mei was het een jaar geleden dat mijn vader overleed. We zetten hem terug in de aarde, bij mijn moeder die daar, ook ingeblikt, al 9 jaar op hem zat te wachten. 

Filmpje gemaakt met titel Terugblik 
Terug ook in de zin van Te Rug, op de rug. De ander zien die zich niet van jou bewust is, dat heeft iets moois vind ik. Onbespied over het eigen pad lopen. (ook al was hier en daar, heel even, het oog van mijn camera)

Ik zag hun levens op en neer golven. Het besef dat er vele momenten zijn van verbondenheid en alleenzijn op het levenspad van twee mensen. En gek genoeg raakt mij vooral de tijd van hun jeugd, toen ze zich nog onbewust waren van elkaar. 

donderdag 6 juni 2013

6 juni 1924





Vandaag zou mijn vader 89 zijn geworden. Niet gelukt. 
Hij vond het genoeg en ik geef hem gelijk. 
Het was genoeg, meer dan.

donderdag 30 mei 2013

Nabeelden










We vonden in zijn portemonnee, een ding waaraan hij zeer gehecht was, een verkreukeld, éénmaal dubbelgevouwen fotootje, eind jaren 50.

Een dierbare momentopname vanwege drie dingen:
-het is een foto van de winkel,
-boven de winkel staan Hans en ik achter het raam
-het is genomen op zondagochtend vlak voordat we naar Vlieland zouden vertrekken 






zaterdag 25 mei 2013

24 mei 2013

Gisteravond overleed mijn vader op bijna 89 jarige leeftijd.




vrijdag 19 april 2013

Praten


Niet dat er in ons gezin zoveel gepraat werd. Als we bezoek hadden, was het mijn vader die meestal het woord had. Iedereen vond dat heel gewoon.
Vorig jaar, toen Alzheimer al in zijn leven was, kwam de slagersknecht met zijn vrouw op bezoek. Ik was erbij om hun op te vangen, koffie te zetten en te praten, want dat kon hij niet meer zelf. Na een half uurtje zette ik het filmpje op van de worstmakerij uit 1967 dat mijn broer destijds had gemaakt. (Ik zag opeens hoe jong en vooral hoe knap mijn vader was. Een frisse man, open en gemoedelijk. Niets geforceerds, gewoon wie hij was, zoals hij vast ook dacht altijd te zullen blijven.)
Er werd met achting en openheid tegen en over hem gesproken. Ze waren het met elkaar eens dat het leven goed voor hun geweest was.
Mijn vader luisterde heel oplettend toen ik daarna over het ziekteproces vertelde. Het onderzoek, het nieuwe appartement dat niet doorging, de auto waarin hij niet meer mocht rijden. En over de dood. En wat doodgaan voor mij betekende, de dood van mijn moeder, het doden van dieren. Wat een slager gewóón moet vinden maar wat voor mij nooit zo was geweest, al stond ik als kind zo vaak bij het hakblok te kijken hoe mooi en ritmisch hij een kwart koe uitbeende.
Op dat moment was ik me bewust: Ik praat. En hij luistert.




donderdag 27 september 2012

Nog een jaar vrij





Wat doet hij nou de hele dag, vraag ik me vaak af. Mijn vader woont nu een maand in de Alzheimerwoning. Zijn spullen staan er wel maar het is niet zijn huis en dus niet zijn zorg, in de zin van 'zich zorgen maken'. Geen wasmachine of ander apparaat dat door hem nagekeken of uit elkaar gehaald dient te worden. Dus wat moet ie nu doen? 

Naast de lift zitten de codetoetsen, waardoor wij in de buitenwereld kunnen komen. De bewoners kennen die code niet, en zullen hem hoogstwaarschijnlijk ook niet kunnen onthouden. Ik bedenk de mogelijkheid dat alléén mijn vader misschien wel zoveel vrijheidsdrang en wilskracht bezit dat híj in staat is om de code een keer af te kijken en in zijn hersens te branden. Want ik vind in zijn ladekast twee notitieblaadjes, waarop hij met potlood cijfers en tekens geschreven heeft. Bij wijze van beginnetje van een nog uit te werken plan.

1 . 2 . 3
4 . 5 . 6
7 . 8 . 9
*   0   #

Mijn broer zei het ook al: hij let heel goed op wat ik doe als we bij de lift staan.
Ik zie het papiertje. Hij wil ontsnappen.

Kijkend uit het raam ziet hij achter de tuin de parkeerplaats en vooral de auto's die aan het eind van de dag wegrijden.
Dat is personeel, zeg ik, die gaan dan weer naar huis.
Ja zegt hij, dat is wat ik ook wil.
Een mens met Alzheimer wéét hoe het zit. Hij zit opgesloten. Bijna alles wordt voor hem bepaald. Gelukkig zijn de dames die de bewoners verzorgen allemaal even lief en hartelijk. Wij willen u hier niet meer kwijt hoor! zeggen ze tegen hem. 

Maandagmiddag. Als we het terrein afrijden zegt hij dat ie het liefst had dat we gingen ruilen. Dus wij in dit 'huis' en hij weer naar het zijne, 'zodat ie nog een jaar vrij had'. Ik vraag mij af of hij zijn woorden per persoon uitkiest. Zegt hij dit soort dingen ook tegen mijn broer of tegen zijn vriendin?
Steeds blijf ik alert op hoe het zit.

Enfin, we reden naar Zuidlaren over mooie weggetjes en stapten uit bij het beeld van de paardenkopers. Het was een mooi tochtje, en hij floot. Daarna gingen we weer naar huis.



Donderdagmiddag. Het huis begint al te wennen, vertelt hij. 
't Wordt al normaal dat ik me hier sta te scheren en wassen. 
Ik heb kleurige gebakjes meegenomen om te vieren dat het roodbruine tapijt eindelijk is gekomen. Het ligt midden in zijn kamer en de kleur is goed, maar je ziet nu al honderd schoenafdrukken in het kleed. Hij zegt er niks over maar ik weet dat dit hem niet zint. Ik zal de veger deze week ophalen, zodat hij het tapijt kan vegen, zoals hij thuis ook deed. 

Na het gebakje gaan we om de beurt piano spelen in het hoekje van de afdeling. De mensen staan te luisteren en klappen na ieder liedje. 
Het was een goede dag, ik ga gerust naar huis.




woensdag 29 augustus 2012

Hoe het is als de anderen aan het stuur zitten



EerGisteren. 
De rust was schijn die nacht, want 's ochtends bleek pap heel druk in de weer te zijn geweest met bed en kleding. De lakens verwisseld en raar, een broek aan over zijn pyjama. Hij lag nog in bed toen ik kwam kijken, een slecht teken want dan wil hij iets niet. 
Hij was boos en bleef anderhalf uur lang ropperig en smijterig. Het scheelde niet veel of hij had zijn overhemd en broek kapotgescheurd (omdat hij het niet snel genoeg uit kreeg) 
Ik hoor hem vloeken in de badkamer. Het is bevreemdend, en ik ben stil op mijn hoede. Er komt door zijn aandoening van alles naar boven, waar wij zijn kinderen nooit iets van gemerkt hebben. "Waarom moet ik hier opgesloten worden?" zegt hij. Het spookt in zijn hoofd, informatie is door kieren naar binnen gesijpeld, plaats en tijd zijn niet meer hetzelfde als bij ons, de wakkeren van geest. Angst en wantrouwen, grond onder de voeten vandaan, stuur uit de handen. Het moet vreselijk zijn en ik moet rustig blijven en gewoon doen. 
Tegen 10 uur krijg ik een  telefoontje van mijn broer zodat ik weet dat hij al om de hoek met de verhuiswagen staat te wachten tot mijn vader door het taxibusje zal worden opgehaald.

Even later wordt er aangebeld, en verlaat hij zonder het te weten voor het laatst zijn eigen huis. Hij stapt in het busje. Een stuk of 6 andere mannen zitten er al in. Ik weet niet, het woord 'onteren' komt toch weer in mij op. Al is hij  deze maanden met veel plezier op zijn 'club' geweest. Het is hier beter dan thuis zei hij altijd. We zwaaien naar elkaar als de auto wegrijdt, en even later na de bocht nog een keer. Eenmaal uit het zicht komt mijn broer vlot met de verhuisbus het terrein oprijden. 

Nu moeten we in zes uur tijd de spullen uit de kasten zien te halen, in dozen doen, en samen met de uitgekozen kledingstukken en meubels in de bus zetten, 3 km rijden, daar alles uitladen, in de nieuwe kamer zetten en de boel aankleden en thuisachtig maken. 
Precies om 4 uur haal ik mijn vader op van de dagbesteding. ('Hoe besteed ik mijn dag. Zonder totaal verward te raken in het grote teveel.') Ik was al bang dat ik te laat was. De anderen werden alweer naar de taxi's begeleid, maar hij begroet me blij in de gezamenlijke huiskamer, waar hij net de krant had opgepakt, in afwachting van wat er verder gebeuren zou. Want dat kon hij immers niet meer zelf bepalen.
We lopen samen naar het nieuwe huis, De Cirkel geheten.

Ik weet dat de deuren naar buiten niet zomaar open gaan, tenzij je de code kent. Zijn naam staat naast de deur: Dhr. P.H.Schripsema. Hij weet niet waar hij terecht komt maar zijn naam staat erop.
M. is daar intussen bezig om een kast in te ruimen. "Hoe bestaat het, hier staat precies dezelfde kast als bij mij thuis," zegt hij. Even later zijn we met z'n vieren bezig om de schilderijen op te hangen. We eten boterhammen en drinken koffie. 

Maar ik weet dat het te gezellig is. Iemand moet zeggen dat hij hier nu woont, en slaapt, en dat wij vanavond weggaan, en morgen weer komen. Het dringt al vrij snel tot hem door, en dan wordt hij boos. "En waar slaap jij dan?" vraagt hij aan M. "Ik slaap in mijn eigen huis, net als eerst"
Hij zegt:" We hadden er meer over moeten praten. Nou, laat maar."
Het is duidelijk dat hij dacht dat hij hier met háár zou gaan wonen, en dat alles toch nog goed zou komen. Na een uur treedt er al iets van berusting op. Ik verbaas me over de ontwikkelingen die zich alsnog voltrekken in zijn bevattingsvermogen. Ik denk: Zijn goede wil drijft hem tot acceptatie van het onvermijdelijke. 

We verkennen de hele etage, de huiskamer en keuken, en maken kennis met een paar medewerksters. 
M. vertrekt als eerste. We staan samen bij het raam te wachten tot ze in haar auto voorbijrijdt en daarna schenken wij onszelf nog wat in, grote ouderwetse glazen vol schuimend bier; het is een warme dag geweest en dan doet zoiets een mens goed. De atmosfeer wordt steeds rustiger en ik weet zeker dat ik me niet vergis. 

Gisteravond per mail:
- dat mijn broer de volgende dag nog een boten-schilderij had opgehaald. Een van de buren zag hem ermee lopen en zei: die vond ik altijd mooi, ophangen dat ding!
- gevonden: 1 kunstgebit. 
- hij heeft accordeon gespeeld. 
- ze moeten om hem lachen. 

Halleluja.




zondag 26 augustus 2012

Waar is mijn bed



Nog een nacht slapen in zijn eigen huis. Vanaf morgen woont hij met negen andere mensen die Alzheimer hebben op een etage met eigen kamer en badkamer. Het is er licht en aangenaam, niet te groot of te klein. Hij is welkom en we hopen dat hij zich daar geborgen zal voelen. 

Eergisternacht. 
Ik hoor geluiden, er gaat licht aan op de gang, en als ik uit het logeerbed kom om polshoogte te nemen is zijn slaapkamerdeur net weer dicht. Zo gaat het een paar keer per nacht. Het lijkt wel een spel maar hij weet nu wel dat ik hier ben en houdt daar rekening mee vermoed ik. Het is na vieren als ik weer iets bij mijn deur hoor. Als ik open doe staat hij vlak bij me. 
Ik ben rustig en vraag: Wat wil je?
"Liggen", zegt hij. "Het is hier allemaal staand!"
Ik zeg dat zijn bed vlakbij is, in de slaapkamer achter hem. 
"O ja? Nou dan moet ik daar wezen." 

dinsdag 21 augustus 2012

Uit het leven halen

Naast mij in de auto: "Mijn bril wil niet meer schoon. Maar ja, het maakt ook niets meer uit, ik heb er al zoveel door gekeken."
Even later: "Waar gaan we ook alweer naar toe?"
"Naar je vriendin, je weet wel, Margreet", zeg ik.
Na korte tijd begint hij te fluiten; dat is voor ons altijd het teken dat hij zich opgelucht voelt. Even in  een andere omgeving vertoeven doet hem goed. Tenminste ik denk dat dat zo is, na zo een eindeloze nacht van dwalen in zijn geest en door het huis. Mijn broer en ik hebben besloten dat we hem 's nachts niet meer alleen laten totdat hij zijn nieuwe Alzheimerwoning kan betrekken, en dat is over een week. Dankzij de begeleiding en hulp die wij als mantelzorgers krijgen is mijn vader bovenaan de wachtlijst geplaatst. 
Toen we het hem vertelden zei hij: "Dat moet dan maar", en een dag later zei hij zelfs dat ie er wel zin in had. Hoe bestaat het, dat het gaat zoals het gaat. Alles precies op het nippertje. Ook in deze situatie lukt het hem om alles uit zijn tijd te halen. Alles wat erin zit.
Wij draven en maken het hem zo goed als het kan naar de zin. Het is nooit anders gegaan. Zou hij dat weten? Straks is al het weten weg. En weer later zal hij doodgaan. Ergens vermoed ik dat zijn sterven een grote en ongekende impuls op mijn eigen leven zal hebben. Ik neem de voortekenen ervan al waar, want mijn energie lijkt zich meer te bundelen en te richten na een lange periode waarin alles waar ik aan begon wegvloeide.

Zondag trof mijn broer hem in rust aan in de woonkamer, maar in de badkamer was een ravage aangericht. Kraantje van het bidet verbogen, water over de vloer, dingen van de wand gerukt en een aantal tegels kapot.

Ik breng mijn eerste nacht bij hem in huis door. M'n hondje heb ik meegenomen en merk dat zij net zo oplettend als ik stil ligt te luisteren naar de geluiden. Deur open. Kasten en laden open en dicht, lichten aan en uit. Geschuifel op de gang. Intussen probeer ik te lezen maar het lukt niet. Ik kijk naar zijn schilderijen die in het kamertje zijn opgehangen. Tientallen, alle muren vol. Hoe kon hij toch zo schilderen, de nuances van kleur en atmosfeer waarnemen en weergeven in verf. Zomaar, zonder leraar. Hij heeft veel gezien, ja. Een man vol creatieve energie, die ook nu nog op de dagbesteding waar hij drie hele dagen per week is andere Alzheimerpatienten een half uurtje vermaakt met zijn accordeonspel. Ze vragen erom, en ze zingen de liedjes mee. "Het is wel leuk werk hoor" zegt hij. "Sommige vrouwen praten helemaal niet, maar aan hun ogen kun je zien dat ze het fijn vinden als je wat tegen ze zegt."
Vanmorgen zag ik een breed stuk elastiek aan de deurkruk van zijn slaapkamer hangen. Hij had het van zijn onderbroek afgeknipt, en die lag netjes in de wasmand. 

Ik wil een schone keukendoek aan het haakje hangen, maar er zit geen lus aan. Dan pak ik een aardappelschilmesje en boor een gaatje in de hoek. Zo. 
Ik doe het bewust, het is zijn manier van doen. Als hem wat dwarszat moest daar iets aan gedaan worden, makkelijk zat, ook al in de pre-Alzheimertijd. Zere dikke teengewrichten in te krappe schoenen? Men neme een slagersmes, en snijde ronde gaten ter hoogte van de gevoelige plek, Klaar. 

Maandag, als hij voor het laatst naar 'zijn werk' is, gaan we zijn spullen en daarna hem verhuizen. Heel tactisch, en zo vloeiend mogelijk. 



donderdag 28 juni 2012

Mijn kind



t Is alweer een tijdje terug maar ik moest vandaag opeens weer aan dat vreemde middernachtelijke berichtje denken. Het was na tweeën toen ik het piepje van een binnenkomende voicemail hoorde. Ik lag in bed maar was nog wakker en luisterde naar het bericht. 


De stem van mijn vader:

"Ja"

stilte

"Ik moet.. Carin.. eh, hebben..... "

stilte

"eh..., mijn kind, dat ... wacht ik even op

stilte

"Oke"

stilte

"Schripsema"

Ik aarzelde een tijdje, en probeerde me voor te stellen wat hij aan het doen was. Toen belde ik hem toch maar terug. Hij nam niet op. Ik beluisterde het bericht nog een paar keer. Vreemd genoeg was het bericht al overdag ingesproken en dat stelde me gerust.

woensdag 27 juni 2012

Opleven


De laatste dagen gaat het een stuk beter. Waardoor komt dat? Wat vindt er toch plaats in dat hoofd... Hoe dan ook, we zijn blij met alle goede momenten, die zijn dan maar weer mooi meegenomen. Als ik hem 's morgens bel hoor ik meteen aan zijn stem dat ie helder van geest is. Hij staat dan al te wachten op het taxibusje dat hem 3 keer per week naar zijn Alzheimer 'Club' brengt. Heb je goed geslapen? Ja, dat gaat best de laatste tijd, zegt hij. Ik hoor het, zeg ik, en dan lacht hij een bescheiden lachje.

Er komt langzaam meer ondoorzichtig weefsel in die hersens, zo stel ik het me althans voor, en de verschillende compartimenten kunnen steeds minder goed met elkaar samenwerken. Verschillende dimensies (tijd, ruimte, dingen, gedachten, driften, emoties etc) zijn niet meer als vanouds op elkaar afgestemd. Wel weten DAT je iets moet doen, maar niet meer WAT. 

((Kinderlijke gedachte van mij, daarnaast: Mijn vader doet zo enorm zijn best om in de tijd te blijven, wie weet maakt hij daardoor nieuwe weggetjes in zijn hersens aan, zoals bloedbanen dat ook doen))

Hoe dan ook: Je groeit er IN. Wij (hij en wij)  leren ons al doende aan te passen, en de aangebrachte structuur in zijn dagen doet goed. Acceptatie van de feiten ook. 



maandag 18 juni 2012

De wind



Ook nadat we voor de vierde keer bij de tandarts waren geweest zat het nieuwe ondergebit niet lekker. Hij klapperde ermee in zijn mond om de aandacht erop te vestigen en haalde het eruit om te laten zien. Of hij legde het op zijn bord naast de boterham. Met de nieuwe tanden eten was niks gedaan. Op het eerste gezicht viel het niet eens zo op als ie 'm niet in had. Dus ook wat dat betreft kon het ook wel zonder. Sinds vrijdag is het hele ding spoorloos. We weten niet waar hij is. Mijn broer heeft nog in de vuilcontainer gekeken en alle kasten en laden zijn onderzocht. Ergens moet ie toch zijn?? 

Mijn broer mailde: 

Het was de wind, zei pap. 
Opeens ging zijn mond heel wijd open en daar ging het heen. 
Waar precies, dat kon hem niets schelen.

Het is nu ideaal.

Zo laten, dan maar.

woensdag 2 mei 2012

Vannacht




Vannacht was een vreselijk gevecht, bloed... 

Hij zoekt naar woorden, en ik vul in. 
Strijd? Een bloedbad? Was er een vijand?
Ja, zegt hij. 

Een poosje later: Vannacht ben ik doodgegaan.

We praten erover. Ik vraag, of bied woorden aan, die zouden kunnen passen bij zijn gevoel.Want dat gevoel is er altijd, het denken blijft steeds meer achter. Aan de manier waarop hij ja zegt weet ik of ik het goed genoeg begrijp. Zo krijgen we weer een band met elkaar. 
Luisteren naar iets dat klinken wil. Taalloos, klankvol.

zondag 4 maart 2012

Hoe Nu Verder




Wat speelt zich toch in hem af, als hij 's nachts uit bed opstaat, die loodzware bak van een televisie uit de kast tilt, het snoer doorknipt (omdat het daaraan vast blijft zitten... zat de stekker nog in het stopcontact?) en hem samen met de andere apparatuur in de gang neerzet.

Aan zijn ogen zag ik vorige week al dat hij weer een stap verder van ons af staat. Logica telt steeds minder, samen muziek maken steeds meer. Ik speelde 'Bei Mir Bist Du Schön' op de piano en hoorde hem achter mijn rug heel stilletjes zijn accordeon pakken. Zodra hij inzette ging ook de hond uit volle borst meezingen. Het hoe nu verder konden we even vergeten.

vrijdag 27 januari 2012

Vandaag


Zoals je bij een kind de eerste woordjes verwelkomt,
maar dan andersom.
Zo was het ongeveer,
nadat ik vanmiddag mijn broer hoorde zeggen:
"Woensdag is tante Anna jarig.
En dan brengt Carin jou daarheen"
waarop mijn vader zei: "Wie is Carin ook alweer?"

Toen zei ik iets te laat: "Dat ben ik."

Ik denk dat hij en mijn broer
net zo waren geschrokken als ik.
Maar ik weet alleen wat ikzelf dacht:
Nu is het echt begonnen.



donderdag 26 januari 2012

Brandhout




Na het middageten zei mijn vader: Ik stap nog even op de fiets naar Haren. Het begon te regenen toen hij me uitliet. Vanuit het open raam van mijn auto zei ik: Zal ik je even brengen? Ja, dat wou hij eigenlijk wel. Het werd een middag zonder plan, en ik ontdekte weer dat hij dat net zo leuk vindt als ik. Eerst naar de apotheek (want M. was toch niet thuis) Toen naar Eelde om hout voor m'n kachel te halen (er schijnt een koufront aan te komen)En ach, nu waren we zo dichtbij Ans, die slecht ter been is, en blij met bezoek. En stokdoof. We dronken een kopje koffie bij haar.
Geen verzuchting gehoord. Het ging vandaag goed.

Huisje getekend






Dit is in het Typografengasthuis, het hofje waar ik eind jaren 80 woonde. Mijn vader maakte een tekening ervan in de tijd dat hij het tekenen en schilderen nog niet zo lang aan het verkennen was. Iedereen was verbaasd wat er allemaal uit zijn handen kwam. Mijn moeder was trots, en keek vaak toe als hij zat te schilderen. Dan gaf ze opbouwend commentaar. "Hier moet nog wat bij, anders is het zo kaal" en hij was niet te beroerd om dat zo uit te voeren. 

Het mooist vond zij dit schilderij (hangt achter glas, bij hem in de woonkamer, ik maakte laatst deze foto)

Schiftpot bij het Aduarderdiep

zondag 15 januari 2012

Fiets


De laatste weken is mijn vader moe. Hij loopt moe, en praat moe. Alles is moe. Zijn fiets staat in de garage, waar ook de auto staat waarin hij niet meer mag rijden. Als de zon schijnt zegt hij vol goede moed: ik denk dat ik vanmiddag nog even naar Haren fiets. Zijn vriendin woont daar. Hij mist haar, ze kan niet elke dag bij hem komen. Maar zijn fiets is zo zwaar, zegt hij.
Koop maar een andere fiets voor hem, zei ik tegen mijn broer. Gewoon een fijne lichte fiets, en daarmee kom je dan aanrijden. Niet zeggen dat het geld kost, anders wil ie niet. Net als die thuishulp, waar hij zo vreselijk tegenop zag. Hoe vaak komt ze dan? Eén keer per week? Dit gesprekje hadden we een keer of 10, 20. Toen ik zei dat ze niet betaald hoefde klaarde hij helemaal op. Voor dat moment.

zondag 11 december 2011

Kinderen in zee van tijd



aan mijn vader van 87

weet je nog? (±1961)
er was niets te doen dan blijven
middenin de eeuwigheid
wij dreven als lege plastic flesjes 
doelloos op nauwelijks golven
in de zee
het rook naar strand

wie als wij die late middag
uit zaligheid gebleven was 
kon stilte zomaar binnen laten 
ik hield het willoos vast 
weet je niet meer dat tijd toen niet bewoog
oogopslag vertraagd, geluid verstomd
en 't alziend oog ons zag?

Tekenen van leven




Ik ging na het eten achter de piano zitten, 
en speelde alles wat in me opkwam. 
Mijn vader kon niet in zijn stoel gaan zitten 
om in slaap te vallen, want de man van de energiewacht 
was nog in de bijkeuken bezig met de cv ketel. 
Terwijl ik 'Nu zijt wellecome' inzette, 
pakte pa zijn accordeon en ging meespelen. 
De man kwam toen hij klaar was de kamer in 
en bewonderde nauwgezet de schilderijen aan de wand. 
Zo iemand met echte belangstelling, 
en die niet gestudeerd heeft voor 
sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, 
daar opent mijn vader zich voor. 

De case-manager die op mijn vader werd afgestuurd 
heeft er wel voor geleerd 
hoe hij tegen vergeetachtige ouderen moet doen. 
Mijn vader deed hem later heel precies na 
(harde stem en overdreven gebaren) 
en kon precies verwoorden wat er niet klopte aan die meneer. 
'Hij deed net of we elkaar al jaren kenden!' 
Alles aan hem was onecht en raar. 
Het ergste is, dat juist zó een man de regie van het leven 
van een oudere in handen denkt te moeten nemen. 
Dus daar gaan we een stokje voor steken.

"Met de taxi naar een verzorgingscentrum, 
en dat kan wel 3 tot 6 dagen per week! 
Zou u dat leuk vinden, om met uw dochter eens te gaan kijken? 
Ze schilderen daar in groepjes, dat is toch net wat voor u?" 
(mijn vader heeft wel honderd schilderijen gemaakt, in zijn eentje - 
groepsgedoe daar moest hij nooit wat van hebben, 
en nu nog niet) 
"En er wordt ook muziek gemaakt" 
(mijn vader zal nooit zijn mond opendoen 
als er in koor gezongen moet worden)

Nu ik al een paar weken lang elke dag kom, 
is er meer structuur in zijn dagen. 
De nachten zijn soms moeilijk 
als er de dag erop een afspraak is, 
vooral als het over iets medisch gaat. 
Hij weet dan: er hangt mij iets boven het hoofd. 
Maar wat? 
We begrijpen nu, 
dat het de 'zorg' is, die hem bedreigt. 
Het idee, dat er een deeltaxi zou moeten komen 
om hem naar een 'dagbesteding' te brengen. 
Ik zei: we doen niets, als jij dat niet wilt. 

We doen 1 keer per week de boodschappen. 
Hij schilt de aardappels 
en na het eten doen we samen de afwas. 
De bedrijvige geluiden in huis zijn tekenen van leven.